Suiker en zetmeel: brandstof of boosdoener in de paardendarm?
Wat gebeurt er met suiker en zetmeel uit krachtvoer in de darm?

Je voert met zorg: een mooie muesli, extra energie voor het werk, misschien zelfs een supplement voor de spijsvertering. Alles met de beste bedoelingen. Toch kan juist die goedbedoelde voeding de balans in de darmen van je paard ongemerkt verstoren, soms sneller dan je zou verwachten.
Het belang van het microbioom
Het microbioom van je paard speelt een belangrijke rol in het metabolisme en het immuunsysteem. De blinde darm, ook wel het caecum genoemd, is bij het paard een flink stuk groter dan bij de mens, namelijk zo'n één meter lang en met een inhoud van 30 tot 35 liter. Miljarden bacteriën breken hier vezels uit ruwvoer af en produceren energie in de vorm van korteketen-vetzuren. Dit microbioom is perfect afgestemd op een dieet van gras en hooi.
Wat gebeurt er met suiker en zetmeel?
Wat het systeem níet goed verdraagt, zijn grote hoeveelheden makkelijk afbreekbare koolhydraten zoals suikers en zetmeel, bestanddelen van de meeste soorten krachtvoer. Dit hoort in de dunne darm (die voor het caecum ligt) verteerd te worden. De capaciteit van de dunne darm is echter beperkt. Wanneer het paard grote hoeveelheden suiker en zetmeel ineens eet, komt het overschot in het caecum terecht.
Suiker en zetmeel wordt door een ander soort bacteriën afgebroken, welke zich explosief beginnen te vermeerderen. Deze bacteriën produceren zuur, waardoor de pH in het caecum daalt. De goede bacteriën sterven af en de balans raakt verstoord. Dit noemen we dysbiose.
Van dysbiose naar zichtbare klachten
Dysbiose kan in allerlei klachten resulteren: zachte, dunne mest, buikpijn, en ontsteking van het darmslijmvlies. De irritatie van de darmwand maakt deze meer doorlaatbaar zodat er stoffen vanuit de darm in de bloedstroom terecht kunnen komen, die daar normaalgesproken niet horen. Hierdoor wordt het immuunsysteem getriggerd en kunnen allergieën ontstaan danwel verergeren.
Ernstigere verstoringen kunnen zelfs tot hoefbevangenheid leiden: wanneer een grote hoeveelheid bacteriën ineens afsterft, komt een stof genaamd lipopolysaccharide (LPS) uit de celwanden van de bacteriën vrij. De grote hoeveelheid LPS in combinatie met de meer doorlaatbare darmwand veroorzaakt een systemische ontsteking en constrictie in de bloedvaten naar de hoeven, met hoefbevangenheid als gevolg.
Wat betekent dit voor jou en je paard?
Om het microbioom gezond te houden is het dus noodzakelijk om de inname van suikers en zetmeel te reguleren. Door het krachtvoer te verdelen over meerdere kleine porties, kun je voorkomen dat dit in het caecum terechtkomt. Ook kun je het krachtvoer van je paard eens onder de loep nemen; sommige varianten bevatten onnodig veel suiker. Dit geeft alleen energie, zonder nuttige voedingsstoffen zoals vitaminen en mineralen. Op het etiket is het percentage suiker en zetmeel terug te vinden. Onder de 20% wordt als laag beschouwd; boven de 35% is hoog.
En heeft je paard deze energie echt nodig? De belangrijkste energiebron voor het paard blijft de energie uit fermentatie, oftewel ruwvoer. Daarnaast is een paard gemaakt om het grootste deel van de dag te eten. Er wordt continu maagzuur geproduceerd, in tegenstelling tot bij de mens. Onze maagzuurproductie begint pas wanneer de hersenen een seintje geven dat we aan het eten zijn. Te weinig ruwvoer zorgt dus op meerdere gebieden voor problemen.
Een vuistregel is dat een paard 1,5 tot 2% droge stof per kilo lichaamsgewicht aan ruwvoer hoort te eten. Droge stof is het gewicht van het ruwvoer zonder vocht. Voor hooi ligt dit rond de 85%, voor voordroog kan dit variëren tussen de 90 en 80%. Een paard van 600kg heeft dus tussen de 9 en 12kg droge stof nodig. Als je hooi voert, kom je dan op ongeveer 10,5 tot 14kg hooi. Uit onderzoek is gebleken dat zelfs de meeste topsportpaarden hier voldoende aan hebben.
Het nadeel van ruwvoer is dat het niet in alle benodigde vitamines en mineralen kan voorzien. Dit kan ondervangen worden met een balancer. Daarnaast kun je met verse toevoegingen variatie in het dieet aanbrengen en voedingsstoffen toevoegen.
Conclusie
De gezondheid van een paard wordt voor een groot deel bepaald door wat er in de darmen gebeurt. Daar vindt niet alleen de vertering plaats, maar ook de samenwerking tussen voeding, microbiota en immuunsysteem. Wanneer dit evenwicht verstoord raakt, bijvoorbeeld door een overschot aan suiker en zetmeel, kunnen de gevolgen zich snel en soms onverwacht aandienen. Dat betekent in de praktijk:
- Zorg voor onbeperkt of ruim voldoende ruwvoer
- Beperk de hoeveelheid suiker en zetmeel per maaltijd
- Verdeel krachtvoer indien nodig over meerdere kleine porties
- Maak voerwissels altijd geleidelijk
Hoe dichter we bij de natuurlijke behoeften van het paard blijven, hoe minder problemen we hoeven op te lossen!
Bustamante, C. C., Pereira, P. A. M., Fernandes, C. C., Canola, P. A., Doria, R. G. S., Costa, M. C., & Valadão, C. A. A. (2026). Starch Overload and Cecal Alkalinization: Impacts on the Intestinal Microbiota and Health of Horses. Veterinary and animal science, 32, 100619. https://doi.org/10.1016/j.vas.2026.100619
Colombino, E., Raspa, F., Perotti, M., Bergero, D., Vervuert, I., Valle, E., & Capucchio, M. T. (2022). Gut health of horses: effects of high fibre vs high starch diet on histological and morphometrical parameters. BMC veterinary research, 18(1), 338. https://doi.org/10.1186/s12917-022-03433-y
Jansson, A., & Lindberg, J. E. (2012). A forage-only diet alters the metabolic response of horses in training. Animal : an international journal of animal bioscience, 6(12), 1939–1946. https://doi.org/10.1017/S1751731112000948
Tuniyazi, M., He, J., Guo, J., Li, S., Zhang, N., Hu, X., & Fu, Y. (2021). Changes of microbial and metabolome of the equine hindgut during oligofructose-induced laminitis. BMC veterinary research, 17(1), 11. https://doi.org/10.1186/s12917-020-02686-9










